Advocatenkantoor De Lat, Wuyts & Vennoten

Extended Menu

U bent hier: Welcome arrow Topics arrow De nieuwe wet marktpraktijken en consumentenbescherming

De nieuwe wet marktpraktijken en consumentenbescherming

dinsdag, 29 juni 2010

Op 12 mei ll. is de nieuwe wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt de handelspraktijkenwet van 14 juli 1991. Een overzicht van de belangrijkste aspecten.

In de oude Handelspraktijkenwet werd voorgeschreven dat men enkel mocht verwijzen naar prijzen die men voorheen had toegepast, naar bij wet gereglementeerde handelsprijzen of naar prijzen van concurrenten. In de nieuwe wet is dit gewijzigd. Enerzijds geldt het algemeen verbod op misleiding en, anderzijds, zijn er specifieke regels bij de aankondiging van prijsverminderingen, uitverkopen en solden.

Om een prijsvermindering aan te kondigen, is het niet langer vereist dat het goed of de dienst gedurende de voorbije maand tegen dezelfde hogere prijs moet zijn verkocht. Voortaan is het voldoende dat de verminderde prijs lager is dan de laagste prijs die werd toegepast in de maand vóór de eerste dag waarvoor de verminderde prijs wordt aangekondigd. De onderneming zal deze prijs moeten hanteren als referentie voor de prijsverlaging die wordt aangekondigd. Deze referentieprijs dient tevens vermeld in de aankondiging, tenzij de consument informatie krijgt die het mogelijk maakt de referentieprijs onmiddellijk en gemakkelijk te berekenen.

Bovendien hoeft een onderneming niet meer telkens een maand te wachten alvorens een nieuwe prijsverlaging mag worden aangekondigd. Wanneer een nieuwe prijsverlaging wordt aangekondigd, geldt steeds dezelfde regel als voornoemd.

Evenwel mag de prijsvermindering slechts aangekondigd worden voor een periode van hoogstens één maand, uitverkoop uitgezonderd.

Een andere wijziging heeft betrekking op de wijze waarop de aankondiging dient te geschieden. Onder de oude Handelspraktijkenwet mocht deze slechts gebeuren op één van de vier bij wet vermelde manieren. Thans is de onderneming vrij wat betreft de wijze van aankondiging, enige voorwaarde is dat deze niet misleidend is.

De nieuwe wet catalogeert een opruimingsverkoop niet langer als seizoensgebonden. Bijgevolg komen alle producten in aanmerking om als solden te worden verkocht.

De soldenperiodes blijven behouden. De verplichting dat de verkoop dient te geschieden in de lokalen waar de opgeruimde goederen te koop worden aangeboden in de sperperiode valt weg. Voortaan kan men dus goederen verplaatsen tussen verschillende vestigingen, of ze via andere kanalen aanbieden (bv. internet).

Ook goederen die in het verleden werden verkocht, doch niet meer in de maand voorafgaand aan de solden, kunnen volgens de nieuwe wet als solden worden verkocht. Vereist is dat het gaat om goederen die men voordien gedurende minstens dertig dagen te koop heeft aangeboden.

De duur van de sperperiode wordt gehalveerd en geldt enkel nog voor kleding, schoenen en andere lederwaren.

De sperperiode voor de zomersolden loopt voortaan van 6 juni tot en met 30 juni. De sperperiode voor de wintersolden loopt van 6 december tot en met 2 januari.

De bij wet voorgeschreven verplichte vermeldingen op het etiket, de gebruiksaanwijzingen of de garantiebewijzen dienen niet langer minstens gesteld te zijn in de taal of de talen van het taalgebied waar de goederen of diensten op de markt worden gebracht. Het volstaat dat ze zijn opgesteld in "een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal".

De nieuwe wet heeft de voorwaarden vereenvoudigd waaronder waardebonnen kunnen worden uitgegeven. Enerzijds gaat het om bonnen die recht geven op een onmiddellijke korting aan de kassa, en anderzijds, gaat het om bonnen die de consument dient op te sturen om gehele of gedeeltelijke terugbetaling te bekomen van de prijs van het product dat hij gekocht heeft. M.b.t. laatstgenoemde bonnen wordt de verplichting om zich bij de FOD voorafgaandelijk in te schrijven, geschrapt.

De wet voorziet in een aantal verplichte vermeldingen (art. 33) waaraan de bonnen dienen te voldoen.

Waar de oude Handelspraktijkenwet nog voorzag in een verbod op het gezamenlijk aanbod, wordt dit thans toegelaten. Het verbod werd immers geschrapt ten gevolge van het arrest van het Europees Hof van Justitie van 23 april 2009 (nr. C-261/07).

Gezamenlijke aanbiedingen blijven wel onderworpen aan de voorwaarde dat ze niet strijdig zijn met de eerlijke handelspraktijken en dus niet misleidend zijn.

Het verbod op gezamenlijk aanbod blijft wel gelden voor financiële diensten, maar er zijn wel uitzonderingen voorzien.

De regeling van verkoop op afstand blijft hoofdzakelijk behouden, mits een tweetal wijzigingen.

Ten eerste wordt het verbod afgeschaft om bij een verkoop op afstand betaling te vragen vóór de afloop van de bedenktermijn.

Bovendien wordt de bedenktermijn waarbinnen de consument kan terugkomen op zijn aankoop verlengd van zeven werkdagen tot veertien kalenderdagen.

Tenzij partijen anders zijn overeengekomen, dient de onderneming de bestelling binnen de dertig dagen uit te voeren, te rekenen van de dag na die waarop de consument zijn bestelling aan de onderneming heeft toegezonden.

De nieuwe wet bevat nog een aparte regeling voor verkopen op afstand van financiële diensten (art. 49 - 55).

Bij internetverkoop mag een onderneming niet langer gebruik maken van default-opties die de consument moet ‘uitklikken' om te voorkomen dat hij betaalt voor één of meerdere bijkomende producten. Om te voorkomen dat de consument ongewild bepaalde producten moet betalen als hij vergeet de default-opties uit te klikken, voert de wet een opt-insysteem in waarbij de consument zelf actief dient te kiezen welk bijkomend product hij wenst aan te kopen.

De regels voor openbare verkoop blijven grotendeels ongewijzigd, behalve dat de openbare verkoop van goederen via een techniek van telecommunicatie (bv. via internet) wordt uitgesloten uit het toepassingsgebied. De wet voorziet wel dat deze verkopen worden gereglementeerd bij Koninklijk Besluit.

Het verbod op verkoop met verlies wordt deels behouden. Zo blijft het verbod op verkopen onder de bevoorradingsprijs behouden, maar verdwijnt het verbod op verkoop met uiterst beperkte winstmarge. Om te beoordelen of er verkoop met verlies is, dient gekeken naar de prijs die de onderneming voor het goed verschuldigd is of betaald heeft, of die zij zou moeten betalen bij herbevoorrading.

De uitzonderingen op het verbod van verkoop met verlies worden uitgebreid.

Het verbod op verkoop met verlies geldt niet voor de verkoop van diensten. Ook de verkopen door producenten blijft buiten het toepassingsgebied.

De wet bevat tevens een regeling inzake oneerlijke handelspraktijken ten opzichte van consumenten en niet-consumenten.

De voorzitter van de rechtbank van koophandel is bevoegd om overtredingen op deze wet vast te stellen en de staking ervan te bevelen. Bovendien is deze ook bevoegd om oneerlijke handelspraktijken te verbieden wanneer deze nog geen aanvang hebben genomen, maar wel op punt staan plaats te vinden.

O.m. zijn nieuw:

- de uitdrukkelijke erkenning van de mogelijkheid van de voorzitter van de rechtbank van koophandel om aan de overtreder een termijn toe te staan om aan de inbreuk een einde te stellen;

- een bedrag dat de partij in wiens voordeel een publicatiemaatregel werd uitgesproken, zal verbeuren indien die partij overgaat tot uitvoering van de maatregel en deze later in beroep ongedaan wordt gemaakt;

- de afschaffing van de mogelijkheid om de zaak in te leiden bij verzoekschrift;

- het gegeven dat de vordering tot staking niet meer kan worden ingesteld één jaar nadat de feiten waarop men zich beroept een einde hebben genomen.