Advocatenkantoor De Lat, Wuyts & Vennoten

Extended Menu

U bent hier: Welcome arrow Topics arrow Bestuurdersaansprakelijkheid inzake bedrijfsvoorheffing, BTW en sociale zekerheidsbijdragen

Bestuurdersaansprakelijkheid inzake bedrijfsvoorheffing, BTW en sociale zekerheidsbijdragen

maandag, 28 juni 2010

Sinds 2006 heeft de wetgever een aantal belangrijke wijzigingen doorgevoerd m.b.t. de aansprakelijkheid van bestuurders inzake achterstallige bedrijfsvoorheffing, BTW en sociale zekerheidsbijdragen.

1. Bedrijfsvoorheffing en BTW

M.b.t. de niet betaalde bedrijfsvoorheffing en BTW werd door de wetgever een aansprakelijkheidsvermoeden ingevoerd ten laste van de bestuurders van vennootschappen en grote vzw's. Deze wet is van toepassing sinds 28.07.2006.

Meer specifiek is er sprake van een vermoeden tot aansprakelijkheid bij gebrek aan betaling van ten minste twee vervallen schulden binnen een periode van een jaar wanneer de vennootschap of vzw een trimestriële schuldenaar is van de bedrijfsvoorheffing of kwartaalaangiften moet indienen inzake btw; hetzij bij gebrek aan betaling van ten minste drie vervallen schulden binnen een periode van een jaar wanneer de vennootschap of vzw een maandelijkse schuldenaar is van de bedrijfsvoorheffing of maandelijkse aangiften inzake btw dient in te dienen.

Het gaat hierbij om een weerlegbaar vermoeden. Het tegenbewijs is toegelaten, zowel m.b.t. de fout als m.b.t. het oorzakelijk verband.

Dit aansprakelijkheidsvermoeden geldt naast de reeds bestaande algemene regel - eveneens hernomen in de betreffende wetgegving - waardoor er eveneens sprake is van een hoofdelijke aansprakelijkheid van de betrokken bestuurders indien de niet-betaling het gevolg is van een fout van de bestuurders bij het uitoefenen van hun functie.

2. Sociale bijdragen

Inzake de achterstallige betaling van sociale bijdragen heeft de wetgever eveneens in 2006 de positie van de RSZ verstevigd, zowel in het kader van het faillissement als daarbuiten.

2.1. Aansprakelijkheid bestuurders bij faillissement.

Door de wetgever werd de RSZ een bijzonder vorderingsrecht toegekend indien op de dag van de uitspraak van het faillissement sociale zekerheidsbijdragen onbetaald zijn gebleven.

Deze regeling geldt voor bestuurders, gewezen bestuurders en feitelijke bestuurders van zowel een nv, bvba en cvba (eveneens voor de kleinere bvba's en cvba's), in twee gevallen:

1) door de bestuurder werd een grove fout begaan die aan de basis ligt van het faillissement. Of sprake is van een grove fout dient door de rechter in concreto beoordeeld. In drie specifieke gevallen is er evenwel sprake van een onweerlegbaar vermoeden:

In deze gevallen dient het oorzakelijk verband tussen de grove fout en het faillissement nog steeds aangetoond.    

2) wanneer de bestuurders in de loop van de periode van vijf jaar voorafgaand aan het faillissement reeds minstens bij twee faillissementen, vereffeningen of gelijkaardige operaties betrokken waren met schulden ten aanzien van een inningsorganisme van de sociale zekerheid.

In dit geval is er wel degelijk sprake van een automatische aansprakelijkheid, ook al ligt er geen bewijs voor van enige concrete fout. Dit kan een aanzienlijke weerslag hebben bij bv. faillissementen van zogenaamde groepsvennootschappen.

2.2. Aansprakelijkheid bestuurders bij niet naleving communicatieplicht

De RSZ kan de gegevens van klanten en derden, alsook de gegevens m.b.t. de door deze nog verschuldigde sommen opvragen aan de werkgevers die schulden hebben tegenover haar wanneer blijkt dat de werkgever de sociale bijdragen van twee opeisbare kwartalen in de voorbije twaalf maanden niet betaald heeft en hiervoor geen minnelijke aanzuiveringsregeling heeft die stipt nageleefd wordt.

Indien de voorwaarden tot mededeling niet worden nageleefd of indien de overgemaakte gegevens onjuist zijn, kan de RSZ de bestuurders van een vennootschap of van een grote vzw die belast zijn met de dagdagelijkse leiding hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het geheel of een deel van de sociale bijdragen en toebehoren. Deze persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid kan worden uitgebreid naar de andere bestuurders van de vennootschap of vzw indien in hun hoofde een fout wordt aangetoond die heeft bijgedragen aan de onjuiste, laattijdige of onvolledige mededeling.